Vlisco laat stoffen spreken

Afrikaanse stoffen. Lange gewaden met knallende kleuren en wervelende dessins. Maar hoe Afrikaans zijn ze eigenlijk? Veel van deze stoffen hebben roots in – hoe verrassend – het Brabantse Helmond! It’s a small world after all. Summa Procestechnologie biedt sinds dit jaar een textielopleidingstraject bij Vlisco, het bedrijf dat de stoffen sinds 1846 fabriceert voor de Afrikaanse markt.

Voor het bedrukken van de stoffen wordt gebruikgemaakt van rollen die als stempels dienen en rollen die van binnenuit worden gevuld met verf. Ieder dessin heeft een eigen betekenis en het is goed om daarvan op de hoogte te zijn. Docent Frank: “Je kunt niet zomaar zeggen: ‘Hé, ik ga op vakantie naar Congo, ik maak een leuk bloesje van Afrikaanse stof.’ Dan zou het zomaar kunnen dat je een dessin aantrekt dat bijvoorbeeld staat voor ‘mijn man heeft buiten de pot gepist, dat ga ik ook doen.’”

Ondergedompeld in textielkennis

De mechanische variant van de operator-opleiding wordt sinds 2010 bij Vlisco verzorgd door Summa Procestechnologie. Dit bevalt beide partijen zo goed, dat de school tegenwoordig ook de textielvariant voor haar rekening neemt. Docenten Frans Maas en Frank Sijben dompelden zich onder in de textielkennis middels een intensieve cursus. In samenwerking met een externe specialist ontwikkelden zij vervolgens keuzedelen en lesmateriaal voor de textielbranche. Zo werd een uniek productieproces vertaald naar een praktijkgerichte maatwerkopleiding.

Theorie tot leven brengen

Het keuzedeel duurt 18 weken en bestaat uit een basisdeel en een bedrijfsspecifiek deel. Het basisdeel zoomt in op grondstoffenkennis. Het bedrijfsspecifieke deel is toegespitst op textielbedrijven, waaronder Vlisco, EE Labels en Raymakers. In dit door de docenten van Summa Procestechnologie verzorgde deel wordt aandacht besteed aan de soorten stoffen en technieken die het betreffende bedrijf hanteert. Frans: “Achtergrondkennis is belangrijk om de theorie te laten leven. Als mensen meer weten van het proces, worden ze kritischer op hun eigen aandeel hierin. Ook kunnen ze elkaar helpen. Dit stimuleert en motiveert en zorgt daarmee bijvoorbeeld ook voor minder uitval.”

Doeners

Zo’n 25 studenten van 3 verschillende niveaus volgen momenteel het keuzedeel. Een aardige klus voor de docenten, die de stand van zaken moeten bijhouden van deze studenten met ieder een eigen maatwerktraject. “Een uitdagende vorm van aanbieden”, noemen zij het zelf. Vaak gaan ze met de studenten de werkvloer op. Frank: “Wat wij doen is interactief. Door de theorie te koppelen aan de praktijk is het direct herkenbaar. Want als dat niet zo is, wat is dan het nut van wat we onze studenten leren?” “Bovendien zijn onze studenten doeners”, vult Frans aan. “Ze kunnen niet lang stilzitten. We moeten de lessen dus levendig houden.”

Het proces begrijpen

De 24-jarige Peter Degenkamp zit in het eerste jaar van de niveau 2 opleiding Operator A. Hij is de jongste van het stel, want de gemiddelde leeftijd van de Procestechnologiestudent ligt rond de 40 jaar. De focus van de lesstof ligt meer op techniek dan op textiel. Hoewel Peter dat liever andersom had gezien, vindt hij het goed zo, omdat hij op deze manier het proces leert begrijpen. Peter: “Als ik met een doek bezig ben, denk ik niet ‘er staat nu 6 bar op die leiding’, maar dan ben ik met het doek zelf bezig. De lesstof is heel interessant, maar pittig. Voor nu is het belangrijk dat ik basiskennis opdoe. Mijn toekomstdroom is garenspecialist worden of iets als kwaliteitsmanager.” 

Gek en met veel liefde

Het docententeam bestaat uit ongeveer 12 docenten en enkele ondersteuners. Frank en Frans zijn vrijwel continu bereikbaar, zowel voor studenten als voor bedrijven. “Wij hebben geen 8 tot 5 mentaliteit”, verklaart Frans. “Als we er anders in zouden staan, zouden we ’t niet volhouden. Tijd is eigenlijk onze grootste vijand. Zijn we gek? Ja. Doen we ’t met veel liefde? Ja!”

“Kaput?”

De uitdaging zit ’m volgens Frans in de diversiteit van scholing, niveaus en culturen. Mensen aan het werk krijgen, houden en hen blijven uitdagen. “De Nederlandse taal vormt hierbij ook een uitdaging. Wij leren mensen van andere culturen onze taal door deze toe te passen op de praktijk van het werkveld. Een machine die het niet doet is niet meteen “kaput”, maar heeft waarschijnlijk een storing die is op te lossen of misschien staat ie gewoon uit.”

Regionaal leercentrum

Vlisco stelt zich open als leercentrum voor de regio. Gunstig voor Summa Procestechnologie, die hiervan dankbaar gebruikmaakt met het oog op kruisbestuiving. De studenten bezoeken minimaal twee bedrijven om er een kijkje in de keuken te nemen. Dat de opleiding per bedrijf kan worden afgestemd op het productieproces, maakt samenwerken met de school interessant. Als bedrijf sluit je aan bij een bestaande infrastructuur, die je inricht met specifieke keuzedelen.

Favorieten

Je hebt nog geen favorieten toegevoegd.